maandag, augustus 20, 2007

Verslag: uitreiking eerste Nestor-prijs op 18/08/07

Academische zitting verliep in een stijlvol en wijs grijs

Uitreiking eerste Nestor-prijs


In de altijd weer imponerende Lakenhalle van Herentals werd in de late middag van 18 augustus jl. de allereerste Nestor-prijs uitgereikt, bij wijze van start en uitzondering aan drie laureaten tegelijk. De schrijvers Jan Veulemans (Turnhout - 1928) en Herman Vos (Meise - 1928) en de troubadour Miel Cools (Herk-de-Stad - 1935) werden geëerd voor hun gehele oeuvre en voor hun levenslange inzet voor de Vlaamse cultuur. De Nestor-prijs werd recentelijk in het leven geroepen door de stichters-redacteuren van het kleine, maar gereputeerde literaire tijdschrift Heibel dat sinds een tweetal jaar aan zijn tweede jeugd toe is. Mede omdat de Cultuurraad Herentals en de stad zelf hun schouders hebben gezet onder het initiatief, werd de installatie van deze nieuwe prijs in cultureel Vlaanderen financieel en organisatorisch een haalbare kaart. De onderliggende gedachte is dat de ‘Nestor’ een bijkomende glans kan verlenen aan de culturele uitstraling van Herentals en de Kempen. Het is de bedoeling dat de Nestor-prijs voortaan jaarlijks wordt toegekend aan een Vlaamse of een Vlaming uit de culturele wereld, wat overigens breed mag worden geïnterpreteerd, want naast schrijvers, schilders, beeldhouwers en zangers komen ook functionarissen, politici en nog anderen in aanmerking. Hoofdzaak is dat de gelauwerde kan bogen op een waardevolle staat van dienst, wat alleszins het geval is voor de bekroonde heren Veulemans, Vos en Cools.

Dat dit culturele initiatief aanslaat, werd meteen bewezen door het aantal aanwezigen in de volgelopen Lakenhalle. Het verloop van de academische zitting werd soepel en vlot gedirigeerd door Paul Snoeys, voorzitter van de Cultuurraad Herentals. Mevrouw Ingrid Ryken, schepen van cultuur, leidde in naam van het Herentalse stadsbestuur de plechtigheid in. Ze maakte van de gelegenheid gebruik om het beleid van de Dienst Cultuur van de stad te ontvouwen waarbij zij niet zonder trots en hoop de komende opening van het cultuurcentrum ’t Schaliken aankondigde als een scharniermoment in de sociaal-culturele geschiedenis van haar stad. Nadruk zal liggen op tentoonstellingen, muziek en … literatuur. Zodoende, zo lichtte zij toe, begroette zij de creatie van de prijs gaarne en enthousiast als nieuw en waardevol element in het te voeren beleid. Vervolgens kwam de immer gedreven Frans Depeuter aan het woord. Hij schetste in rake stijl en woorden de geschiedenis van het inmiddels herboren strijdvaardige tijdschrift Heibel waarover hij samen met Robin Hannelore (Gust Obbels) het toegewijde, dynamische vaderschap uitoefent. Depeuter beleed andermaal met gloed hun beider credo dat ook aan de basis ligt van de Nestor-prijs. Heibel is en blijft een a-politiek, ongebonden en een deugddoend, in vrijheidsprekend satirisch blad dat open en onderhuids durft in te beuken op de oppervlakkigheid en de zelfgenoegzaamheid in het Vlaanderen van de huidige culturele BV’s. Vanuit dezelfde waakzaamheid voor authenticiteit en kwaliteit van vorm en inhoud hebben de beide redacteuren altijd geventileerd dat de vele Vlaamse -en veelal oudere kunstenaars- die van zelfpromotie en podiumperformance nooit hun ding hebben gemaakt, veel veronachtzamend onrecht wordt aangedaan. De Nestor-prijs wil hierop een correctie zijn en de onbillijke stilte doorbreken over hen die niet tot de gevestigde, flitsende orde van taboe-doorbrekende kunstbroeders en –zusters behoren. Zij die zich afkeren van het dwaze adagio en de vederlichte betrachting ‘to be at the right moment, with the right persons in the right place’, zijn wellicht oud, maar zeer zeker nog niet ‘out’, aldus een volkomen op dreef zijnde Depeuter. De Nestor is bijaldien een ingreep die de sfeer van onderwaardering voor vele waardevolle, creatieve Vlamingen met achtingsvolle allure te lijf gaat.

Na dit bevlogen betoog had de zaal even wat tijd nodig om op adem te komen, maar dat kwam perfect en mooi in orde door de aangrijpende voordrachten van Assunta Geens die naast enkele intimistische gedichten van Jan Veulemans ook een fragment las uit De zonen van Pepe Gimenez, de allereerste en meest bekende novelle van Herman Vos. Waarna het tijd was voor de laudatio die werd gehouden door Cas Goossens, voormalig administrateur-directeur-generaal van de VRT. Goossens die vanuit zijn Kempense wortels de zin om te vertellen niet onder stoelen of banken kan steken, tekende kort maar gevat en met de hem eigen milde humor de tendensen die zich in de laatste decennia ontwikkelden op de mediamarkt. Waar eertijds het begrip volksverheffing gold als ideaal, is dit thans te mijden en geridiculiseerde begrip omgeturnd tot geconfirmeerd marktdenken dat is uitgemond in hersenloos volksamusement en op sensatie georiënteerd beeldmateriaal. De grote motor van dit alles is geldgewin. Het corrumpeert de gehele samenleving gaande van de sport naar de bedrijfswereld en de media tot en met het boekenwezen. Goossens betoogde te geloven in de weldaden van de vrije markteconomie, ook voor cultuurproducten, maar betreurde de heersende blindheid voor de excessen en de gebreken van het eenzijdige, op winstgerichte marktdenken dat alles in zijn moordende wurggreep heeft. Daarmee zat hij op dezelfde gedachtenlijn als Frans Depeuter en hij loofde uitdrukkelijk de drie laureaten die in hun oeuvre nooit hebben toegegeven aan de verlokking van geld en goedkoop succes, maar elk op hun eigen manier, onverstoorbaar zijn blijven doorwerken aan wat zij juist en waardevol achtten. Hij noemde de Nestor en de allereerste toekenning ervan aan deze drie dan ook volkomen terecht, een oververdiende rectificatie van een kromgetrokken, scheefgegroeide mentaliteit in onze Vlaamse letteren en op onze Vlaamse mediamarkt.

Van de drie laureaten is Miel Cools allicht de meest bekende. Gezondheidsproblemen en het gebrek aan oefening ten spijt, bleek hij niets van zijn podiumvastheid en –vaardigheid te hebben verloren. In een eerste chanson ging hij op zoek naar zichzelf en naar zijn drive als troubadour. Daarna bezong hij de zachte waarden die verscholen zitten in de bank onder de linde van zijn oom en maakte vervolgens de Grote Baas boven de wolken duidelijk hoe heerlijk het edele vocht dat wijn heet, wel is en solliciteerde meteen naar de post van Keldermeester van Daarboven. Of hoe Cools met een knipoog spreekt/zingt over de dood. Hij besloot met zijn evergreen Houden van, waar ook de Lakenhalle zeer duidelijk veel van hield, te zien en te horen aan de bijval die dit slotnummer kreeg van het publiek. De eigenlijke uitreiking had dan plaats in een vriendelijk academisch geroezemoes met bloemen erbovenop. De zichtbaar gelukkige laureaten kregen een oorkonde, gekalligrafeerd door Wieza Everix-Peeters en een originele ets van etser-schilder-beeldhouwer Achilles Cools. Hen wacht nog een keramisch beeldje dat als aandenken zal worden gecreëerd door keramiste Reinhilde Van Grieken. De stad Herentals bood ten slotte de aanwezigen een receptie aan. Toen de eerste genodigden omstreeks 18 uur de zaal verlieten, baadde het middeleeuwse gebouw ondanks de herfstachtigheid van deze augustusmaand toch in een mild zonnelicht. Beter gezegd, in een wijs zonnelicht als wilden de weergoden hun almachtige instemming betuigen met wat zich zojuist in de Herentalse Lakenhalle had voltrokken.


door: Staf Versweyveld

**************************************

lees hier een interview met Frans Depeuter over de Nestor-prijs

Labels:

dinsdag, augustus 14, 2007

Verslag: Het Grote Verlangen: Kryptos Kwartet + Toon Tellegen

Het Grote Verlangen: Kryptos Kwartet & Toon Tellegen
Zondag 12 augustus 2007
Museum Emile Van Doren – Genk

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Soms heeft een mens geluk. Geluk zit in een klein gaatje. Of in goed weer. Die zondag – we noteren 12 augustus 2007 – togen we naar de tuin van de villa waar het Emile Van Doren Museum is gevestigd. Van Doren was een Brussels landschapsschilder die in het begin van de 20ste eeuw in het idyllische Genk kwam wonen en zijn woning is een ideaal decor om concertjes en lezingen te organiseren. Zo ook die zonnige zondag dus. Geluk, ik zei het reeds…

Toon Tellegen mocht na het optreden van het Kryptos Ensemble (zwaar op de hand met werken van Sibelius) en na de teabreak – aangenaam verpozen tussen het groen en collega-muziek- en poëzieliefhebbers – het hoge woord voeren. Hoog letterlijk, want hij plaatste zich op een podium en begon voor te lezen uit zijn laatste dichtbundel Raafvogels. Zelf ben ik een verwoed liefhebber van Tellegens poëzie en kinderverhalen. Er ligt een appel op een schaal, een gedicht dat ik meermaals heb voorgedragen, om maar een voorbeeld te noemen. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen. Een vijftigtal toehoorders zat benieuwd af te wachten.

Toon Tellegen begint uit eigen werk te declameren. Maar, ofschoon ik van zijn monotone voorleesstem hou – zeker wanneer hij over de eekhoorn en andere dieren leest – van declameren was niet echt sprake. De bundel Raafvogels (woord willekeurig geplukt uit het woordenboek, zo beweert hij als inleiding) leent zich ook moeilijk tot ‘voordragen’ in de klassieke betekenis van het woord. Elk gedicht dat begint met ‘Mijn vader’ verdient een ingetogen spreektoon, de aangehouden monotonie onderstreept de droefheid en het vreemde karakter van de gedichten. Weemoed sijpelt door de opeenvolgende verzen. Ik weet niet of weemoed het juiste woord is, het heeft meer iets raadselachtigs in zich. Het blijft me overigens een raadsel waarom de dichter per se zijn hele bundel wilde voordragen: in de beperking toont zich de meester, een weloverwogen selectie had als smaakmaker meer effect gehad op de toehoorders van wie sommigen na een kwartier ongeduldig op hun stoel begonnen te schuifelen (echte poëzieliefhebbers houden zich in). Zelf ben ik een poëziefanaat, maar ik vrees dat met dergelijke langgerekte voorleesnamiddagen de smaak voor poëzie bij sommigen definitief de grond wordt in geboord.

Nochtans is de bundel op zich een parel van wat poëzie kan zijn. Vader in al zijn aspecten, een herkenbaar thema maar de voorstelling van vader is beklijvend door de veelheid aan gevoelens en gedachten. Een vader die zijn gezin meeneemt in zijn onmacht, zijn zinloosheid, het vergissen in het leven maar die door de ogen van zijn (moe getergd?) gezin wordt beschreven ‘Mijn vader’ is dus niet de ikfiguur, maar de beschreven vader die zijn vrouw en kinderen dreigt mee te nemen naar de afgrond van het bestaan. Een wrange nasmaak blijft niet alleen op de tong van de dichter achter, ook de willekeurige toehoorder (of bij voorkeur lezer) kan niet ontsnappen aan de rinse ondertoon van Tellegens Raafvogels. Een bundel die je wel meermaals ter hand kan nemen (en dat is nu juist het wezenskenmerk van echte poëzie) en die je niet loslaat. Neem daarbij dat de originele beelden en het taalgebruik typisch Tellegen zijn, en je bent verzekerd van een wijnbekertje poëzie dat liefst met mate gedronken wordt. Laat me even Tellegen aan het schrijfwoord laten:


Mijn vader
liep ten einde,
trad buiten de oevers van zijn wil


mijn moeder liet hem kabbelen, klotsen
en mijn broers voeren op hem,
deinden op de lange golven van zijn verval,
visten naar de geheimen, die hij niet meer bezat,
lieten hem denken,
lieten hem niet meer onder woorden kunnen brengen


Al met al ben ik blij de voorleessessie van Tellegen meegemaakt te hebben. De organisatoren van deze zonnige namiddag (geluk als gaatje tussen de koppige wolken, herinner je?) – zijnde de Bibliotheek van Genk i.s.m. het Cultuurcentrum en de dienst Cultuur – hebben met het Kryptos Ensemble en Tellegen de aanwezigen alleszins doen beseffen dat aandachtig luisteren (zij het naar muziek, zij het naar geladen woorden) niet vrijblijvend hoeft te zijn. Vreemd eigenlijk, maar de hele namiddag heb ik geen enkele eekhoorn in de parktuin opgemerkt. Eekhoorn, toch één van de hoofdrolspelers uit Misschien wisten zij alles, was je ook overdonderd door jouw schepper? Ik heb je nochtans gemist…


door: Jef HABEX


fotografie Stad Genk


Eén van de schaarse mooie zondagen van deze zomer. De tuin van het kleine museum van de landschapsschilder Emile Van Doren is een oase in de stad, een klein pastoraal landschap op zich. Mensen komen van alle kanten de tuin in, krijgen een fruitig welkomsthapje en gaan zitten. Op het podium zit het Kryptos Kwartet, klaar voor een uurtje melancholische muziek uit het hoge noorden van Jean Sibelius. De muziek waaiert door de tuin, de bomen ruisen mee. Het publiek zit ontspannen te genieten.

In de pauze wordt er thee geserveerd. Met zelfgebakken amuses-gueule. De tuin van het museum ligt even in Zuid-Engeland.

Ondertussen zoekt Toon Tellegen zijn plaats op het kleine, geïmproviseerde podium. Eén van de grote Nederlandse schrijvers in een Genkse tuin. De zomer op zijn best. Hij leest voor uit Raafvogels, zijn recentste dichtbundel.

De muziek was de perfecte inleiding tot een literaire performance van een monument van de Nederlandse literatuur. Zonder franjes, recht naar het hart. Het applaus is warm, het talrijk opgekomen publiek dankbaar voor zoveel moois. De zomer, Sibelius en Tellegen.


door: Eddie Guldolf

Labels:

Verslag: Poëchi in de Kruidtuin - 12 augustus 2007

Poëchi Leuven Kruidtuin
12 augustus



Na jaren dichters beluisteren en achteraf teleurgesteld naar huis komen, dacht ik er aan nooit meer in de auto te stappen voor een of ander poëziefestival.
Blijkbaar legde ik de lat te hoog, konden zij er ook niets aan doen dat ze beter schreven dan ze voorlazen. Toch was er altijd iemand die me uit het vast besloten isolement meetrok naar een of ander oord waar ik iets zou horen dat goddelijk was.

De volmaakte voordracht werd mij en enkele bevoorrechten onverwacht aangeboden door Leen Vermeiren, voordrachtkunstenares. In de intimiteit van haar zolder hebben we een redelijke reeks bekende dichters gehoord. Ineens had het geen belang meer hoe ze lazen. Ze zaten bijna op onze schoot. Daar zaten ze op hun plaats. Daar zitten ze toch ook als we ze lezen.

Helaas, Leens plankenvloer werd te zwak bevonden voor zoveel dichterlijke overmacht. We moesten zwichten voor de werkelijkheid. De hemel met ons er in kon op aarde vallen De avonden werden afgeschaft.

Ik heb wel bij elke volgende voordracht van der dichters uitverkoren verzen, genoten; me weer herinnerend hoe we de trappen beklommen en beseffend hoe dichters dat blijven doen; al lezen ze op het gelijkvloers, in een tempel waarin de planten hun geschiedenis hebben geschreven, zoals in de Kruidtuin in Leuven, een zondagnamiddag in augustus. De zolder van de dichters is overal waar lezers en luisteraars zijn.

Kon ik beter doen dan iemand mee te brengen, die ik al zolang ken en diegenen weer te zien die ik van de eerste keer, drie of twee jaar geleden al, bewonderde.
Het zou een kruidige middag worden. De reis naar Leuven zou de moeite zijn.

Ze zaten inderdaad op mijn schoot; ze hebben het natuurlijk niet geweten , maar ik wel en dat is voor mij genoeg.
Norbert De Beule was humor, Herlinda Vekemans breekbaar, Alain Delmotte woordenschat en kennis, Sylvie Marie jong en wijs, Pom vormvast Pom.
Volgens Frans Vlinderman was het vrije podium een verplicht sonnet, volgens David Troch een moment vertraging en volgens Maria Charis niets dan eerlijkheid. De muziek was een verfrissend bad.

Ik kon niet afsluiten met een glas wijn ter ere van organisator Stanislaus omdat ik nog te ver moest rijden; maar dat lukt ons wel eens, ergens anders.
Dankbaar ben ik op de weg naar huis, twee keer een afslag vergeten, wat achteraf nog de beste keuze bleek Ik ben met een zolder in mijn hoofd en door twee tunnels veilig thuis geraakt. Mijn auto was tevreden. Hij wacht in de garage op een volgende keer


door: lisette waterschoot

--------------------------------------------
andere ogen:

* Poechi.punt.nl
* Frans Vlinderman
* Pom Wolff

Labels:

maandag, juli 30, 2007

Watou - verslag Paul Rigolle



Terug van naar Watou geweest. Bijna is het een zelfstandig werkwoord op zich geworden. Ik-ga-naar-Watou, jij-gaat, met-zijn-allen-gaan-wij-naar-Watou… De editie 2007 is, schrik niet, alweer de 27° in de reeks. Volgens sommigen die mij, zoals Luk Lambrecht bij Knackblogt, dit jaar naar Watou zijn voorgegaan is het de puntigste editie van de voorbije jaren. We willen het graag geloven maar Watou lijkt ons na een kwarteeuw alleen nog maar wat harder op weg om op veiligheid te spelen. Daar is niks mis mee. Een succesformule hoeft niet teveel beproefd te worden, zal men ten huyze Mandelinck met de jaren al wat vaker hebben gedacht. Zeker als na afloop ook het Grote Subsidiemonster van een verslag, en van eten, voorzien moet worden. De gedichten in Watou, dit keer mooi gepresenteerd als een bladzijde van een opengeslagen en scharnierend boek, een schrijn, zijn best sterk en ook het plastisch werk weet ons bij momenten zelfs helemaal in te pakken. En toch valt er op ons vertrouwde landelijke pad tussen Grensland en Douviehoeve nu ook weer niet zo heel veel grensverleggends aan te treffen. Op vijf a-museale locaties, zoals dat ook in de dorpen van Vlaanderen zo mooi is gaan heten, lijkt het alsof we de dingen moeiteloos terug kunnen vinden waar we ze bij vorige edities hadden verlaten. Wat in Watou ook dit keer het hart breekt is wat het altijd al heeft gebroken. In de kubus is dat “Bres III”; Nolens op zijn best (“Het is een prachtig boek. Het faxt ons woedende weeshuis/Naar mensen met vaders gezegend.”). Hans Groenewegen (“adembenemende, beneem mij de adem vandaag nog niet”), Anton Korteweg (“Er rent maar een lichaam van benen”), Camillo Sbarbaro (“Zwijg, ziel, moe van het genieten en het lijden”)… Verhelst, Kopland, Claus, Kusters, Buelens, Gruwez, Jooris, Van Leeuwen, Kusters, Hirs, Hoorne, De Jong… ze zijn present. De afgemeten stem van Dirk Roofthooft, die een aantal gedichten leest, is niet onaangenaam om te horen maar geef ons, als we mogen kiezen, toch maar, zoals in eerdere edities, het onprofessionele hortende gestamel van de dichters zelf. Van het plastisch uitgezette werk maken een aantal dingen een ongewone indruk. Melik Ohanian in de brouwerij, Diego Perrone met La Stanze dei centro re che ridono (honderd portretten van lachende koningen), de lange lach in de zwarte doos van Lara Favaretto (het geluid van de hamer!), Yoko Ono (“We are all water”), de spiegelballen van John Armleder… Maar dé verrassing is wat ons betreft het Hopperachtige benzinestation van Job Koelewijn dat in de Douviehoeve volledig uit met vijzen doorboorde boeken is opgetrokken. De kunstenaar offerde voor zijn werk,(“Sanctuary”), in een zen-achtige poging tot onthechting, de inhoud van zijn eigen boekenkasten. In al zijn verstilling lijkt het hier te willen schreeuwen: Weg met die onvrijheid van al die boeken… Weg met datgene waarin we zo sterk geworden zijn, het gratuite, hersenloze opzuigen en –zingen van het cultuurproduct als was het benzine…

Wat voor ons een hoogtepunt is hoeft dat evenwel niet te zijn voor een ander. Ook dat is de vrijheid van Watou. Het plastische luik – dit keer geselecteerd door Giacinto Di Pietrantonio, directeur van het Museum van Bergamo in samenwerking met Lieven Declerck - zorgt in Watou wel vaker – en, kan het toeval zijn, veel meer dan de gedichten - voor animo. De manier waarop wij het beeld hanteren… De reflectie op het eigen kijken… Voortdurend op het verkeerde been gezet te worden, daar is, ook na al die jaren, niet iedereen evengoed op voorzien. Wat dat opgeblazen werk nu eigenlijk was, een hamer, een anker of zoals door de artiest zelf bedacht een paddestoel vol gifgas… Dat was, wat aan het eind van ons bezoek de leden van een koffiekransje losgeslagen culturele dames zich ge(re)animeerd stonden af te vragen. Het ging om “Halben Fliegenpilz”, een werk uit polypropyleen van Carsten Höller… Normaal zou het volgens de kunstenaar gevuld moeten zijn met gifgas, vertrouwde de jonge suppoost van dienst ons toe. Nu, tja, is het alleen maar lucht, dacht hij. Gifgas hebben we inderdaad ook dit jaar in Watou niet geroken. Geen sprakeloosheid, geen verstomming werd ons deel. In de allerbeste momenten noteerden we af een toe een lek in het zwijgen (naar het vers van Hans Faverey).

Slotsom: In Watou krijg je ook dit jaar een stortvloed aan beelden aangereikt maar het mooiste is en blijft – uitgaande van de kracht van het eigen beeldend vermogen – daar zelf mee aan de slag te gaan. Ook dit jaar hebben we de Poëziezomer niet zo heel anders dan anders ervaren. De formule heeft haar deugdelijkheid bewezen. Het lijkt erop dat men aan dit principe liefst niet teveel meer wil tornen. In Watou heeft men het keurig voor elkaar. Het gedicht de volière van Luuk Gruwez hangt er ter uitleiding ook in het echt naast … de volière. Want dichters, ja die beschikken in hun kooi nu éénmaal over duizend stemmen… Enzoverder, enzovoort. In Watou is de kerk haar wijzers kwijt maar alles gaat rustig door. De riek grijpt in het stro. Lola, de merrie uit stal Léon, voeder je beter niet met eigen handen en de hommels, ja die blijven hoppig en hemels voor eeuwig en een dag. Watou blijft dat zomers opstapje voor wat naar het meer in ons doet verlangen. Al zullen veel inwoners zich dat, na het noodweer dat laatst in de Westhoek lelijk huis hield, liefst niet al te letterlijk meer willen nemen.

Extern:

Nog t.e.m. 09/09/07- WATOU: Poëziezomer - Een lek in het zwijgen: noise

Watou - 14u00 tot 19u00 op zondag vanaf 11u00 - 9/7/5€ - info.


Hommagedag Eddy van Vliet (1942 - 2002) met presentatie van zijn “Verzamelde gedichten” op zondag 2 september om 16 uur in de Sint-Bavokerk. Met deelname van Benno Barnard, Anneke Brassinga, Remco Campert, Paul Demets, Miram Van hee, Stefan Hertmans, Anton Korteweg, Koen Stassijns. Lula Pena (Portugal) zingt fado’s en Piet Piryns presenteert.


Eerder zorgde In Letterland al voor deze foto-impressie. Ook op het fotoblog van Michaël Depestele stonden enkele foto’s. En ook op deze eigenste rigolliaanse bladzijden blijven wij niet achter.

Zie ook nog:

EXPO: 't is zomer, 't is Watou! – Luk Lambrecht in KnackBlog en de impressies van Pascal Cornet op zijn onvolprezen Pascal Digital-blog onder de rubriek Een permanente hapering - Bijdragen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7. De hele reportage verschijnt overigens heel binnenkort in Poëziekrant.


door Paul Rigolle

Labels:

dinsdag, juli 03, 2007

Voorlopig staan alleen politiewagen verdekt opgesteld




Voorlopig staan alleen politiewagens verdekt opgesteld

De andere staan alsnog defect opgesteld. Daar dacht ik aan toen we in Menen, met name in de wijk de Barakken, vlakbij de overgang naar Frankrijk, kennis mochten maken met zowel de dichter Xavier Roelens als met diens eerste bundel. De bundel draagt de titel "er is een spookrijder gesignaleerd". Xavier is zowat van alle tijden, nog jong nog niet oud maar oud genoeg om nog te spelen.

Hij speelde en spelde met onze voeten en armen 'spook'. Met vijf groepen aanwezigen werden de letters uit dat woord gevormd en liepen we aldus 'spook' om het plein voor het cultureel centrum met bibliotheek 'de steiger'. We liepen tegen de richting in. De politie stond niet verdekt opgesteld maar zichtbaar in het straatbeeld, om het verkeer aan banden te leggen. Zelden gezien dat poëzie zo verkeersstremmend kan werken. Het openbaar vervoer kreeg geen voorrang.

Voor een dertigtal gegadigden die waren opgedaagd werd daarna de bundel eerst toegelicht, daarna voor- en vervolgens uitgedragen. Olaf Risee, een criticus, mocht de toelichting doen. Blijkt dat als je buiten de grachtengordel belandt, je daarmee stilaan wat meer voeten in de aarde krijgt. Ik had echter verwacht dat Roelens' bundel zou worden toegelicht als het werk dat het neprealisme voetje licht (wat Xavier namelijk meesterlijk doet). O ja, die tikfout van vroeger, neorealisme, is hiermee uiteraard rechtgezet. Xavier neemt een loopje, in de verkeerde richting, met de werkelijkheid. Hij komt er dichter bij uit. Olaf Risee wees er terecht op dat deze debuutbundel zo goed als gaaf is en dat het dus moeilijk zal worden een tweede uit te brengen op een hoger niveau.

Twee andere spreeksters mochten daarna een gedicht of drie eruit voorlezen. Een van hen, de schepen van cultuur van deze grensstad, schetste ook nog eens de loopbaan van Xavier. Het bleek grotendeels een fietsbaan te zijn.

Toen ging het licht uit, zagen we onszelf spooklopen, terwijl Xavier de reeks spookgedichten voorlas. Elk van die gedichten begint met de regel: er is een spookrijder gesignaleerd, en wordt gevolgd met 'starring', waarna de spookgast wordt vermeld. Haast was zijn timing volmaakt. Wie dan in de bundel op zoek gaat naar al die spookrijders, vindt er slechts een. We staren ons misschien al te blind op die spoken…

We eindigden in de wandelgangen van cultureel centrum 'de steiger' met een glas in de hand en veelal ook een exemplaar van de bundel in de andere hand. Mijn hand was een gelukkige omdat daar vorm en inhoud samen in gaan.

door: Marc Tiefenthal

Labels:

zaterdag, juni 02, 2007

Poëzieavond met Patrick Lateur

Was het op 24 mei in Kunstgalerij Mens & Natuur in Sint-Martens-Latem de té mooie avondzon die uitnodigde tot terrasjes of werk in de tuin eerder dan tot een zwerftocht door de klassieke cultuur in het nog zonniger Zuiden onder leiding van classicus, dichter en vertaler Patrick Lateur, de afwezigen hadden ongelijk.

Vanuit Sicilië trok de poëet naar het vasteland en deed er de grote centra als Rome, Ravenna, Pisa, Assisi, Firenze, Milaan en Venetië aan. Met een eigen of een vertaald gedicht ‘geboren uit de Oudheid’ én met zijn eigen commentariërende visie zorgde hij voor een originele interactie tussen verleden en heden. Zo werd het pauperisme van Franciscus van Assisi gecontrasteerd met de huidige tijdsmentaliteit: de consequente houding van Franciscus draagt een tijdloos karakter en vormt een ijkpunt voor de confrontatie met onszelf en onze tijd. Een islamitische schrijfster heet Franciscus ook voor de moslimwereld een voorbeeld.

Uit ‘verborgen’ bronnen uit de Oudheid en de middeleeuwen dolf de dichter nieuwe zingeving op.

door: G. Vansteenkiste / De Poëziekamer, Sint-Martens-Latem

Labels:

dinsdag, mei 22, 2007

Literaire Living: sterke dichters, goede fauteuils

Literaire Living: sterke dichters, goede fauteuils


Ruth Lasters


Poëzie zal gezellig zijn of zal niet zijn, was het credo op de eerste editie van de Literaire Living, afgelopen zondag in Roeselare. Er traden niet alleen goeie dichters aan, de poëzieavond deed ook iets waar veel grote manifestaties in de Letteren aan voorbijgaan: de liefde voor gedichten overbrengen aan een gul opgedaagd publiek. IJsberend op het podium vertelde literatuurjournalist en anekdotejunk Johan Vandenbroucke inside story’s over gedichten van Hugo Claus, citeerde Jean-Pierre Rawie uit het hoofd (al ging dat bij het elfde vers even mis), was hij in de weer met krantenknipsels, poëzietijdschriften, en diepte, zichtbaar trots, een dichtbundeltje van twee vierkante centimeter boven. Hij praatte de drempel die dure poëziemanifestaties al eens durven op te bouwen tussen publiek en dichter gewoon plat. Als tegengewicht kondigde filosofe en De Brakke Hond-redacteur Ann Meskens strak en goed de dichters aan. En die waren in vorm.

Paul Rigolle, bekend van zijn sublieme poëzieblog Arcadim in Arcadië, las oerdegelijke gedichten en overtuigde vooral met ‘Ladderdrift’. Hoogmoed zit mij als gegoten. Past mij zoals/alleen een hoofd kan passen in mijn handen. Alleen jammer dat we niet getrakteerd werden op een van zijn prachtige wielergedichten.

Ruth Lasters, vorig jaar debuterend met de roman Poolijs maar binnenkort verschijnt ook haar eerste poëziebundel, wisselde liefdevolle liefdesgedichten af met minder liefdevolle. Behoorlijk hermetisch op het eerste gehoor, en dus minder geschikt voor een publiek dat alleen akoestisch de poëzie over zich heen krijgt, maar op papier komen ze straks wellicht beter tot hun recht.

Beroepstroubadour Peter Holvoet-Hanssen heeft geen papier nodig: belletjes, flikkerende nepogen en een melodica volstaan om de toeschouwers mee te slepen in de eclectische wereld van Spinalonga, het Kretenzische melaatseneilandje. Fascinerend.


Peter Holvoet-Hanssen


Als ‘revelatie’ van de avond werd Rino Feys aangekondigd, voormalig cafébaas uit Roeselare die naar verluidt het truweel even goed hanteert als de ganzenveer. Op 18-jarige leeftijd stond hij met een gedicht in DWB, maar maakte nu pas – twintig jaar later – zijn podiumdebuut. Zijn verraderlijk eenvoudige poëzie verdient meer publiek.

Reinout Verbeke pendelt volgens Meskens’ intro tussen wetenschap (hij is redacteur van Eos-magazine), poëzie (onder meer in de bloemlezing Op het oog. 21 dichters voor de 21ste eeuw) en poetrypop. Na het impressionistische ‘Mazen’ (een nachtvisser wil maan) en nieuwe gedichten over nanomeisjes slaagde hij nog meest erin het publiek te boeien met een van zijn sterkste gedichten, ‘De val van ikaros’. Op muziek van de poprockband Sidemove en door de expressieve letterprojectie op het scherm kwam het gedicht echt tot leven. ikaros is een kunstspringer/ zijn val/ een salto/ (met/ dubbele/ schroef).

Bernard Dewulf mocht de avond afsluiten, die gekleurd werd door Mira met haar charmante en wereldlijke kleinkunstpop (maar wie bezorgt deze zangeres betere songteksten die ook in een poëzieprogramma passen?). De spaarzaam poëzie publicerende Dewulf begon weinig terzake en nogal ergerlijk met dubbelzinnige en pikante columns uit Loerhoek. De gedichten uit zijn recentste bundel Blauwziek bekoorden wél en maakten zijn foute start goed. ‘Insomnia 1’ bijvoorbeeld: Hoe zou het, magdalena, met ons zijn./ Nooit weet iemand hoe het met ons is./Wees gegroet, nooit slapen wij gelijk./ Nooit zullen wij onze mantels verlaten./ Laten wij dus slapen, dan maar ongelijk,/ alsof er iets is dat ons mist.


De Literaire Living in de gezellige theaterzaal De Kleine Stooringhe had goede fauteuils – volgens de organisator recent aangekocht uit een overstock van de opera van Amsterdam – en vooral goede dichters. Hopelijk groeit dit initiatief van De Schaduw uit tot een jaarlijkse liefdesverklaring aan de poëzie.


door: Joost Vanbrussel

Labels:

maandag, mei 21, 2007

Koningsblauw herbekeken in telegramstijl

KONINGSBLAUW HERBEKEKEN IN TELEGRAMSTIJL
++ door losvast correspondent vitalski ++


GLOBAAL

het is dit soort evenwichtige, ingetogen evenementen waar onze tijd dringende nood aan heeft. een diversiteit van de optredende dichters, met de nodige openheid naar de nieuwkomers toe én de juiste eerbied voor anciëniteit. zo kan els moors via charles ducal tot bij leonard nolens. geen enkele gadget, des te meer oprechte dramatiek. een curieus ezelsoor werd ons geleverd door leonard nolens, wiens doorgaans juist plettende voordracht door zijn persoonlijkheid, dit keer wat struikelde vanwege het vormelijke contrast met de zuiver professionele voordracht van aendenboom, die aan hem voorafging. in mensentaal: nolens gebruikte zijn microfoon niet naar behoren. dit signatuur juist om de uitzonderlijk hoge kwaliteit van het gehele schilderij juist extra te bevestigen. de toneelspelers dienden als pasmunt voor een strakke dialoog tussen coorevits en de coninck. achter de coninck zijn rug de generatie van jacques brel. vlak voor mij in de tribune herman zijn dochter. het nieuw wereldtijdschrift. een verzonken continent - er is nu, vandaag, geen existentialisme meer. wat overblijft is het perfectionisme van coorevits. jarenlange corrosie, een welhaast fabriaanse beheptheid met belichting. de klassieke muziek bij het binnenkomen was zuivere seks. in de zaal krioelde het overigens van de jonge meisjes; overal spiegelbeelden van els moors. wereldvrede is alleen mogelijk, niet door handeling, maar door zo globaal mogelijke, ongemotiveerde beschouwing. om die reden zou ik zeggen: koningsblauw was goed voor ons.

JOURNALISTIEK

charles ducal: hij loopt op maar één been. het andere been is verzwolgen. het enige voordeel van het voorbij-zijn van de ducal-hype in de jaren tachtig, is dat het kan worden gelieerd met het finale inzakken van de humo-usurpatie. als dichter is ducal er nochtans juist op vooruitgegaan; minder programmatisch, minder de coninckachtig... els moors is een goeie vriendin van me. ik wist al hoe goed ze was toen ze er nog maar veertien was (als zijnde het toenmalige lief van de zanger van das pop, welke band toen natuurlijk ook nog niet bestond.) harmens en schaffer: op zich beiden een onvoldoende. een debuutruimte van gemeenplaatsen. geen reikwijdte. wel belofte, maar ja, dat is niet genoeg. gert vlok nel: peter haex in gazet van antwerpen stelt het juist: het werd eenieder na één minuut reeds duidelijk waarom komrij zo met hem dweept, authentiek wereldniveau, tranen met tuiten net zolang als hij doorgaat. hartverscheurend. gratie van boven. wereldniveau. piet piryns: dat hollandse in zijn tongval is een beetje lullig maar juist daardoor zeer credibel. van eenzelfde bijna-gezapigheid als een benno barnard, eenzelfde dreigende huiselijkheid als een thomas mann. alles wat een mortier helaas niét is als die presenteert. piryns dochter freya was er ook, een uiterst elektriserende verschijning wiens heroïsche rol zij vervulde tijdens de voorbije verkiezingen, schandelijk nergens eerder aangekruist werd. hemmerechts: altijd wanneer zij zich buiten politiek houdt (dan wordt zij ineens erg genant) zijn de voordrachten van hemmerechts een aangenaam verpozen. nu met koningsblauw oversteeg zij de gemiddelde hemmerechts echter onmeetbaar. dit was eigenlijk een zuiver exorcisme. een oergrootmoederachtige vertelstem greep haar aan die barokke tafel. het publiek zat als kleinkinderen op haar stoere schoot. aendenboom: het vakmanschap van de dictie van aandeboom legde het tekort van de coninck bloot, waardoor laatst genoemde als dichter té dun uitviel, maar als zoekend mens van vlees en bloot juist des te meer naar voren kwam. alweer een schot dwars door de roos. leonard nolens: het zal wel niet anders hebben gekund... ooit heb ik, in mijn eigen living, leonard nolens aan mijn piano zien zitten, hij begeleidde zichzelf en zong, stapeldronken, klaagliederen - man dàt moeten we hebben!!! maar ik weet niet of hij dat durft op een podium...

BESLUIT

de receptie van poëzie is uit de gedrukte pers verdwenen (er is geen NWT meer), en overgegaan naar de weblog. goed voor ons!

door: Vitalski

-----------------------------------------
andere verslagen:

* De Standaard
* VRTnieuws
* in Letterland
* Tine Moniek

Labels: