dinsdag, augustus 15, 2006

PARLAN.DOC (13)

“Spelen dat het donker wordt”, via ViLTNET op http://www.vilt.net/Final/dvlit/Spelen.htm gepubliceerd in 1999 is mijn eerste bundel. Het zit er dik in dat dat ook mijn laatste is. Drie andere dingen bevinden zich in opgeschorte staat, “La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire” , en “11 manieren om Heraclitus te lezen” hebben in de Kathedraal een herkenbare verderzetting gekregen, de aanzetten tot “101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze “ worden via de homepage van ViLTNET nog gerecycleerd maar hebben zich via een geperformde versie omgevormd tot een cyclisch werk dat nu “Song 4 Europe [jaartal]” heet. In 2005 leverde dat nog een 15 tal teksten op (zie daarvoor http://www.vilt.net/nkdee/sfe_nl.jsp).

Halverwege het schrijven aan “La Vie” en de 101 aanroepingen heb ik de traditionele bundelbouw opgegeven omdat die niet voldeed aan wat ik wou. Over het waarom daarvan zou ik eindeloos kunnen uitweiden, de noodzaak aan een verruimde en meer zuiver-procedurale vorm van creatieve praktijk is iets waar ik jaren over nagedacht heb, dat is een oefening die ik u hier graag wil besparen.

“Spelen” is als bundel eigenlijk al een afsluiting van de poging tot boekvorm, het “boek” in de zin van het ideaal van Mallarmé, zoals dat door Deleuze in Mille Plateaux nog verguisd werd als verkapte priesterij (dit slechts als duiding-later in zijn werk zwakt Deleuze die kritiek overigens af, er is dan minder noodzaak voor zo’n categorieke veroordeling). De titel draagt dat al in zich, normaal spelen kinders tot het donker wordt, hier wordt er gespeeld op- of zodat, het spel zelf bewerkstelligt m.a.w. zijn eigen ondergang, de intensiteit van het verlangen draagt bij aan de duisternis die uiteindelijk elk spelen onmogelijk zal maken.

De bundel begint met het aanhalen van enkele grote voorbeelden (Celan, Mallarmé, de half mythische opgevatte ‘anonieme’ dichter Van Brabant in een ideële toestand functioneel ingebed in zijn samenleving die hier duidelijk verloren loopt, de bewonderde Faverey, de gekwelde Plath: voor niemand van hen is het uiteindelijke plaatje erg positief ingekleurd. Er is medeleven, begrip, verwantschap, maar de vraag naar een oplossing, een mogelijke uitweg uit de impasse wordt telkens negatief beantwoord. De strijd van Celan eidigt waar hij begon, Faverey krijgt wel de titel van grootmeester, maar enkel als “schaatser, duider van het wak”, de negatieve energie van Plath wordt op ‘natuurlijke’ wijze gesmoord in banale maatschappelijke onverschilligheid. De ik-figuur zelf aarzelt tussen melancholisch bibberend schuilen onder de rokken van de geliefde en een algehele oplossing van het ik in de lethargie van de dronkenschap. Enkel voor Kurt Schwitters is er, toen al, een open einde, de beoefende kunstvorm Merz drukt zichzelf door, eerst schijnbaar als vloek maar onmiddellijk ook als opgeluchte kreet van zelfherkenning, de bevrijding zit niet in het beoefende, maar in de beoefening zelf, in het niemand worden dat het gebeuren van de kunst toelaat. Niets houdt u tegen om hierin heel het denken van bv de Fluxus beweging in te lezen, dichters hebben meestal geen behoefte aan dergelijke labels:


OPGETELD

Niemand had dit loon. Het werd hen,
De toegewijden, trouw toegediend:
De blonde haren die vergelend sluik
haar ogen derfden, haar mondje droevig

Vol verwondering & hem, vergeefs nogal
& droog des ochtends als doordrenkt
papier van kranten de tafelen opgedrukt.

Merz. Steeds meer & dieper dan goud
stootte de gedachte door: het was
als niemand dat hij waarlijk telde.

Dirk Vekemans
@

Met de rubriek 'PARLAN.DOC' wil Parlando! één Vlaamse dichter een maand lang speciale aandacht schenken. Elke week wordt minstens één bijdrage van hem verwacht.
Het PARLAN.DOC-archief is hiernaast na te gaan. De vorige gast Herlinda Vekemans gaf de fakkel door aan Dirk Vekemans. Dit is zijn eerste week.